Voor onze dienstverlening kunnen wij uw persoonsgegevens verwerken. Daarnaast maken wij gebruik van cookies op onze website. Raadpleeg voor meer informatie ons privacystatement en cookiestatement.

Sluiten

Financiële positie

Hoe staan we ervoor?

De beleidsdekkingsgraad per eind juni is 97,6%. De actuele dekkingsgraad per eind juni is 93,2%. Aandelenmarkten zijn wereldwijd sterk geraakt en blijven onrustig door de uitbraak van het coronavirus. Ook is de rente nog steeds laag. Het pensioenfonds gaat er vooralsnog vanuit dat de impact van de actuele ontwikkelingen op de financiële positie op lange termijn te overzien is.

Lees verder

Wat betekent dit voor mijn pensioen?

Op dit moment heeft de lage dekkingsgraad geen effect op uw opgebouwde pensioen en pensioenuitkering. Het pensioenfonds heeft voldoende geld in kas om de pensioenen uit te betalen.

Wat het effect is op uw pensioen in 2021 hangt af van de financiële positie van het pensioenfonds aan het einde van het jaar:

  • Ligt de actuele dekkingsgraad eind december 2020 onder de kritische dekkingsgraad van 92%, dan moeten we de pensioenen (basis + NAP) korten.
  • Ligt beleidsdekkingsgraad eind november 2020 onder de 110%, dan kunnen wij de pensioenen (basis + NAP) niet aanpassen aan de stijging van de lonen of prijzen. 

Omdat de beleidsdekkingsgraad onder de grens van 100% is gezakt is waardeoverdracht van uw opgebouwde pensioen naar of van ons pensioenfonds tijdelijk niet mogelijk.

Lees verder

Dekkingsgraden

De verhouding tussen het pensioenvermogen en de pensioenverplichtingen laten we zien in een percentage. Dit percentage noemen we de dekkingsgraad.

Dekkingsgraden

Veelgestelde vragen

De NAP is geen spaar- of beleggingsrekening, maar een pensioenproduct. Met de premie die u inlegt, koopt u een levenslang netto pensioen in. Omdat de NAP een pensioenproduct is, beweegt het mee met de financiële situatie van het fonds. Gaat het goed met fonds dan kan het fonds de NAP en het basispensioen indexeren. Begin 2019 is de NAP bijvoorbeeld met 0,62% verhoogd voor deelnemers die nog pensioen opbouwen (gedeeltelijke indexatie per 1 januari 2019). Gaat het minder goed, dan moet het fonds als uiterste redmiddel het basispensioen en de NAP korten. Dat gebeurt niet direct. De financiële positie van het fonds aan het einde van het jaar is daarbij van belang.

Het pensioenfonds neemt risico’s bewust en gaat er vooralsnog vanuit dat de impact van de recente ontwikkelingen op de financiële positie op lange termijn te overzien is. We houden de ontwikkelingen op korte termijn vanzelfsprekend nauwlettend en kritisch in de gaten om snel te kunnen reageren als dat nodig is.

In oktober 2019 hebben we een deel van het risico van een verdere daling van de rente en aandelenmarkten tijdelijk afgedekt. Dit was om een mogelijke daling van de dekkingsgraad op de korte termijn te beperken. Deze maatregel is nog steeds van kracht en beperkt deels de impact van de coranavirus-ontwikkelingen op de dekkingsgraad. 

Als het vermogen net zo groot is als de verplichtingen, als er dus precies genoeg geld is om alle pensioenen nu en in de toekomst te betalen, dan is de dekkingsgraad 100%. Dat lijkt goed genoeg, maar dat is het niet. Een pensioenfonds moet buffers hebben, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen.

Er zijn twee gevolgen:

1. Voordat we mogen indexeren moet de beleidsdekkingsgraad een bepaald niveau hebben. Is de beleidsdekkingsgraad lager? Dan mogen we de pensioenen niet laten meestijgen met de lonen en/of de prijzen. Het risico is dat het pensioen minder waard wordt en er later misschien niet voldoende pensioen is opgebouwd.

2. Als de beleidsdekkingsgraad te lang te laag is of de actuele dekkingsgraad ligt eind december onder onze  kritische dekkingsgraad van 92%, dan moeten we de pensioenen korten. Alle opgebouwde pensioenen en de pensioenuitkeringen worden dan met een percentage verlaagd. Dit geldt ook voor pensioenen en pensioenuitkeringen uit de NAP-regeling.

In de volgende situaties moeten we uw pensioen verlagen:

  • De beleidsdekkingsgraad ligt vijf opeenvolgende jaren (zes meetmomenten) op 31 december onder de minimale vereiste dekkingsgraad. Deze bedraagt voor ons fonds 104,1% (2020). Deze korting is onvoorwaardelijk en mag het fonds uitsmeren over 10 jaar.
  • Het lukt het pensioenfonds niet om binnen 10 jaar op het niveau van de vereiste dekkingsgraad te komen. Deze bedraagt voor ons fonds 124,3% (december 2019). Dat kan gebeuren als de actuele dekkingsgraad op 31 december onder onze kritische dekkingsgraad van 92% ligt. Deze korting is voorwaardelijk en mag het fonds uitsmeren over 10 jaar. De korting in jaar 1 is wel onvoorwaardelijk. Het jaar erop wordt opnieuw een herstelplan opgesteld en wordt opnieuw gekeken of een korting nodig is, en zo ja hoe hoog deze is.

Het pensioenfonds en KLM zijn formeel van elkaar gescheiden. Als KLM onverhoopt ophoudt te bestaan, blijft uw opgebouwde basispensioen en NAP staan bij het pensioenfonds. Het wordt aan u uitgekeerd als u met pensioen gaat of eerder als u kiest voor afkoop. Bij een faillissement van KLM is er geen toekomstige pensioenopbouw meer. Ook de verdere opbouw van de NAP stopt dan. U betaalt dan ook geen premie meer.

Wij proberen uw pensioen elk jaar mee te laten groeien met de stijging van de prijzen. Dit heet indexatie. Dit kan alleen als de financiële situatie goed genoeg is. Afhankelijk van de financiële situatie van het pensioenfonds, beslist het bestuur van het fonds jaarlijks of de pensioenen volledig, gedeeltelijk of helemaal niet verhoogd kunnen worden.

Welkom op MijnKLMPensioen

Op het gebruik van MijnKLMPensioen is de disclaimer van toepassing.

Bekijk de disclaimer (PDF)



Naar de homepage