Financiële positie 

Hoe staan we ervoor?

De beleidsdekkingsgraad per eind augustus is 106,1%. De actuele dekkingsgraad bedraagt eind augustus 114,1%. 

De aandelenbeurzen houden de stijgende lijn vast. De rente liet afgelopen maand een lichte stijging zien. Dit heeft geleid tot een daling van de verplichtingen. Door de stijging van het vermogen en de daling van de verplichtingen is de actuele dekkingsgraad eind augustus 2021 hoger dan de maand ervoor. De beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds is in augustus verder gestegen.

Lees verder

Wat betekent dit voor mijn pensioen?

Het effect op uw pensioen in 2022 hangt af van de financiële positie van het pensioenfonds aan het einde van dit jaar.

De dekkingsgraad laat sinds begin 2021 een positieve ontwikkeling zien. De verwachting is dat als deze ontwikkeling doorzet, de beleidsdekkingsgraad eind 2021 zodanig is dat gedeeltelijke indexatie weer een optie is. Het bestuur beslist daar te zijner tijd over. Voor de komende vijf jaar is de kans op korten van de opgebouwde aanspraken en de pensioenen beperkt.

Lees verder

Dekkingsgraden

De verhouding tussen het pensioenvermogen en de pensioenverplichtingen laten we zien in een percentage. Dit percentage noemen we de dekkingsgraad.

Dekkingsgraden

Veelgestelde vragen

  • De NAP is geen spaar- of beleggingsrekening, maar een pensioenproduct. Met de premie die u inlegt, koopt u een levenslang netto pensioen in. Omdat de NAP een pensioenproduct is, beweegt het mee met de financiële situatie van het fonds. Gaat het goed met het fonds dan kan het fonds de NAP en het basispensioen indexeren. Begin 2019 is de NAP bijvoorbeeld met 0,62% verhoogd voor deelnemers die nog pensioen opbouwen (gedeeltelijke indexatie per 1 januari 2019). Gaat het minder goed, dan kunnen we de NAP en het basispensioen niet indexeren. Dit was bijvoorbeeld in 2020 en 2021 het geval.

    Is de dekkingsgraad te lang te laag? Dan moet het fonds als uiterste redmiddel het basispensioen en de NAP korten. Dat gebeurt niet direct. De financiële positie van het fonds aan het einde van het jaar is daarbij van belang. De actuele dekkingsgraad lag eind december 2020 met 101,5% boven de kritische dekkingsgraad van 90%. Dat betekent dat uw pensioen (basis en NAP) dit jaar (2021) definitief niet gekort wordt.

  • Het pensioenfonds neemt risico’s bewust en gaat er vooralsnog vanuit dat de impact van de recente ontwikkelingen op de financiële positie op lange termijn te overzien is. We houden de ontwikkelingen op korte termijn vanzelfsprekend nauwlettend en kritisch in de gaten om snel te kunnen reageren als dat nodig is.

    Het pensioenfonds heeft in september 2019 maatregelen genomen om zich te beschermen tegen waardedalingen van de aandelen en een verdere daling van de rente. Hiermee wilden we het korten van uw pensioen eind vorig jaar voorkomen. De maatregelen hebben de gevolgen van de coronacrisis beperkt. In september van dit jaar is de extra bescherming opgeheven nadat we opnieuw hadden nagedacht over de passende hoeveelheid risico.

  • Als het vermogen net zo groot is als de verplichtingen, als er dus precies genoeg geld is om alle pensioenen nu en in de toekomst te betalen, dan is de dekkingsgraad 100%. Dat lijkt goed genoeg, maar dat is het niet. Een pensioenfonds moet buffers hebben, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen.

  • Er zijn twee gevolgen:

    1. Voordat we mogen indexeren moet de beleidsdekkingsgraad een bepaald niveau hebben. Is de beleidsdekkingsgraad lager? Dan mogen we de pensioenen niet laten meestijgen met de lonen en/of de prijzen. Het risico is dat het pensioen minder waard wordt en er later misschien niet voldoende pensioen is opgebouwd.

    2. Als de beleidsdekkingsgraad te lang te laag is of de actuele dekkingsgraad ligt eind december onder onze  kritische dekkingsgraad van 90%, dan moeten we de pensioenen korten. Alle opgebouwde pensioenen en de pensioenuitkeringen worden dan met een percentage verlaagd. Dit geldt ook voor pensioenen en pensioenuitkeringen uit de NAP-regeling.

  • In de volgende situaties moeten we uw pensioen verlagen:

    • De beleidsdekkingsgraad ligt vijf opeenvolgende jaren (zes meetmomenten) op 31 december onder de minimale vereiste dekkingsgraad. Deze bedraagt voor ons fonds 104,2% (2020). Deze korting is onvoorwaardelijk en mag het fonds uitsmeren over 10 jaar.
    • Het lukt het pensioenfonds niet om binnen 10 jaar op het niveau van de vereiste dekkingsgraad te komen. Deze bedraagt voor ons fonds 122,3% (december 2020). Dat kan gebeuren als de actuele dekkingsgraad op 31 december onder onze kritische dekkingsgraad van 90% ligt. Deze korting is voorwaardelijk en mag het fonds uitsmeren over 10 jaar. De korting in jaar 1 is wel onvoorwaardelijk. Het jaar erop wordt opnieuw een herstelplan opgesteld en wordt opnieuw gekeken of een korting nodig is, en zo ja hoe hoog deze is.
  • Heeft het pensioenfonds een langdurig tekort of is de premie voor een bepaald jaar niet voldoende? Dan is dit voor risico van de deelnemers. In het uiterste geval verlagen wij het pensioen dat u al hebt opgebouwd of bij een onvoldoende premie uw toekomstige pensioenopbouw. Zie ook Pensioen 1-2-3 Hoe zeker is uw pensioen.

  • Het pensioenfonds en KLM zijn formeel van elkaar gescheiden. Als KLM onverhoopt ophoudt te bestaan, blijft uw opgebouwde basispensioen en NAP staan bij het pensioenfonds. Het wordt aan u uitgekeerd als u met pensioen gaat of eerder als u kiest voor afkoop. Bij een faillissement van KLM is er geen toekomstige pensioenopbouw meer. Ook de verdere opbouw van de NAP stopt dan. U betaalt dan ook geen premie meer.

  • Wij proberen uw pensioen elk jaar mee te laten groeien met de stijging van de prijzen. Dit heet indexatie. Dit kan alleen als de financiële situatie goed genoeg is. Afhankelijk van de financiële situatie van het pensioenfonds, beslist het bestuur van het fonds jaarlijks of de pensioenen volledig, gedeeltelijk of helemaal niet verhoogd kunnen worden.