Pensioen 123 Laag 2

Eerder, later of deeltijdpensioen (Eindloon)

Eerder, later of met deeltijdpensioen

De pensioenleeftijd bij ons pensioenfonds is 60 jaar. Vanaf het moment dat u met pensioen gaat, ontvangt u zolang u leeft elke maand een ouderdomspensioen en eventueel een Netto Aanvullend Pensioen (NAP). U kunt ook eerder of later met pensioen gaan dan op uw 60ste. Op zijn vroegst vanaf uw 50ste en uiterlijk op uw AOW-leeftijd.

Eerder stoppen met werken betekent een lagere pensioenuitkering. Later stoppen met werken betekent een hogere pensioenuitkering.

Hier moet u aan denken bij het bepalen van uw pensioendatum

  • Als u eerder of later met pensioen wilt, moet u dit tenminste zes maanden voor de gewenste ingangsdatum aanvragen. Bespreek dit met HR KLM. Zij geven dat weer door aan het pensioenfonds.
  • De keuze is eenmalig. Als u uw pensioendatum eenmaal gekozen hebt dan is die definitief. In MijnKLMPensioen kunt u zien wat het effect op uw pensioen is als u eerder of later met pensioen gaat. 
  • Het pensioenfonds gebruikt omrekenfactoren voor het berekenen van uw pensioen. Deze factoren worden jaarlijks vastgesteld en kunnen dus wijzigen. Dit heeft invloed op de hoogte van uw pensioen.

Blog: Anne-Marie ging op haar 50e met pensioen

Veelgestelde vragen

  • Het overzicht ‘Afbouwen naar pensioen’ zet vijf manieren van afbouwen richting pensioen voor u op een rij.

    • Doordat u eerder met pensioen gaat, stopt u eerder met het opbouwen van uw pensioen.
    • Tegelijkertijd moet uw pensioen over meer jaren worden uitgekeerd.
    • We kunnen de premie die u heeft betaald minder lang beleggen.

    Hierdoor wordt uw pensioenuitkering lager als u voor uw zestigste met pensioen gaat. Hoe later u met pensioen gaat hoe hoger uw uiteindelijke maandelijkse pensioenuitkering is.

  • Minimaal een half jaar voor uw pensioendatum ontvangt u informatie over uw pensioen en de keuzes die u hebt. Ga naar MijnKLMPensioen om uw pensioensituatie bekijken.

  • Omrekenfactoren zijn getallen die we gebruiken om uw pensioen om te rekenen wanneer u bepaalde keuzes maakt. Deze omrekenfactoren zijn onder andere gebaseerd op hoe oud we gemiddeld worden en de stand van de rente. De omrekenfactoren worden jaarlijks vastgesteld en kunnen dus wijzigen. Daarom kan een berekening die u hebt gemaakt met de factoren van vorig jaar anders uitpakken wanneer u de berekening maakt met de factoren van dit jaar. U vindt de factoren in de bijlagen van het pensioenreglement. Daar heten dit factoren.