Het fonds heeft het geactualiseerde herstelplan ingediend
Het fonds heeft eind maart 2022 een geactualiseerd herstelplan bij De Nederlandsche Bank (DNB) ingediend. Dit moest omdat de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds op 31 december 2021 (112,6%) lager was dan de vereiste dekkingsgraad (121,5%). Dat betekent dat het pensioenfonds op die datum onvoldoende financiële buffers had.
Wat staat er in het herstelplan?
Het herstelplan is een doorrekening van het huidige beleid naar de toekomst. Het laat zien of het pensioenfonds binnen 10 jaar weer voldoende financiële buffers heeft. De beleidsdekkingsgraad is dan weer minimaal even hoog als de vereiste dekkingsgraad. Lukt dit niet, dan moet het pensioenfonds aanvullende maatregelen nemen, zoals het verlagen van de opgebouwde pensioenen en de pensioenuitkeringen. Dit geldt ook voor de NAP-regeling.
Wat betekent dit geactualiseerde herstelplan voor mijn pensioen?
Als de wereld zich beweegt volgens het herstelplan betekent dit dat uw pensioen een langere periode niet (volledig) geïndexeerd kan worden. Maar dat het fonds in 2024 wel weer voldoende financiële buffers heeft. Vorig jaar verwachtten we dat de buffers in 2028 weer voldoende zouden zijn. Doordat in 2021 de economische verwachtingen beter waren dan verwacht, staat het pensioenfonds er nu beter voor.
Hoe blijf ik op de hoogte van de financiële positie van het pensioenfonds?
Wij houden u op de hoogte van de financiële positie van het pensioenfonds via deze website, onze Facebookpagina, de maandelijkse NWSflits, het kwartaalbericht en Focus.
Veelgestelde vragen
Zolang de financiële situatie onvoldoende blijft, moet het pensioenfonds ieder jaar een herstelplan opstellen en indienen bij DNB.
Bij de berekeningen in het herstelplan worden aannames gemaakt. Voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van de rente en het rendement. In de loop van het jaar kan de werkelijke ontwikkeling afwijken van deze aannames. Daarom moet het fonds ieder jaar een geactualiseerd herstelplan opstellen.
In de afgelopen jaren waren de ontwikkelingen minder gunstig dan we in eerdere herstelplannen aannamen. Hierdoor duurt het langer voordat het fonds uit herstel is.
Het pensioenfonds is hersteld als de beleidsdekkingsgraad minimaal gelijk is aan de vereiste dekkingsgraad. Het pensioenfonds heeft dan weer voldoende financiële buffers.
Een pensioenfonds moet buffers hebben, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen.
Volgens de regels van de overheid moet ons vermogen 23,6% (maart 2020) meer zijn dan onze verplichtingen. De vereiste dekkingsgraad is dus 123,6%. We moeten dus voldoende geld hebben om nu en in de toekomst de pensioenen te betalen, plus 23,6% extra. Zo kunnen we een eventuele onverwachte daling van het vermogen goed opvangen. Deze buffer moeten we ieder kwartaal opnieuw berekenen.
Als de actuele dekkingsgraad op 31 december onder de kritische dekkingsgraad ligt kan het pensioen gekort worden. Het pensioen mag deze korting uitsmeren over 12 jaar, het is namelijk voorwaardelijk.
De korting in jaar één is wel onvoorwaardelijk. Het jaar erop wordt opnieuw een herstelplan opgesteld en wordt opnieuw gekeken of een korting nodig is, en zo ja hoe hoog deze is.